Peter en Aga van de ErveIk zie de bodem vooruit gaan

Vruchtwisseling

Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen. Pas na enkele jaren komt hetzelfde gewas weer op het perceel terug.
Vruchtwisseling verbetert de bodem en dringt het gebruik van bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest terug.
Het kan veel voordelen opleveren. Zo kunnen ziektes en plagen voorkomen worden, blijft de bodem gezonder en wordt de biodiversiteit groter. Een goede opeenvolging van gewassen kan ook leiden tot betere opname-efficiëntie van nutriënten.
Vruchtwisseling kan toegepast worden in zowel de melkveehouderij (bij het verbouwen van voedergewassen) als in de akkerbouw.

Bij vruchtwisseling worden gewassen die diep wortelen en daardoor veel impact hebben op de bodem (zoals wortelen, pastinaak, bieten, aardappelen) afgewisseld met oppervlakkige gewassen die minder van de bodem vragen (zoals graansoorten). Tussen deze gewassen die de boer het meest opleveren, worden bodem verbeterende gewassen in de rotatie ingepast om de bodem langdurig gezond te houden.
Bodem verbeterende gewassen zoals peulvruchten en klaversoorten binden stikstof in de bodem en verbeteren de structuur van de grond. Deze zogenoemde groenbemesters dienen na het groeiseizoen oppervlakkig in de bodem verwerkt te worden om een optimaal resultaat te bereiken. Op deze manier blijven de nutriënten in de bodem beter in balans, waardoor minder (kunst)mest nodig is.

Naast het verbeteren van de grond, helpt het wisselen van gewassen ook in het voorkomen van gewas specifieke ziektes en plagen (zoals phytophtora in aardappelen). Doordat het een aantal jaren duurt voordat eenzelfde gewas op dezelfde akker staat, zijn gewas specifieke bacteriën of schimmels niet in staat te overleven. Er zijn hierdoor dus minder bestrijdingsmiddelen nodig en de oogst is over het algemeen groter.

Rustgewassen
De rustgewassen, zoals peulvruchten of grasklaversoorten, hebben als bijkomend voordeel dat ze aantrekkelijk zijn voor een verscheidenheid aan insecten. Meer diversiteit aan insecten op de akker, betekent betere natuurlijke plaagbestrijding, betere bestuiving van gewassen en meer diversiteit aan vogels en andere diersoorten (zoals reeën en hazen).

Verruiming van het bouwplan kan plaatsvinden op de eigen percelen, waarbij op ieder perceel iedere 1 á 2 jaar een ander gewas verbouwd wordt. Indien dit ruimte-technisch niet mogelijk is, kan ook gedacht worden aan het ruilen van kavels , bijvoorbeeld tussen melkveehouders en akkerbouwers. In dit geval is het echter wel lastiger om tot een optimale rotatie te komen die zowel voor beide boeren als voor de omgeving, de bodem en de opbrengst voordelig is.

Financieel kan verruiming van de rotatie voordelig zijn. Er kan bespaard worden op bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest en over het algemeen is de opbrengst en de kwaliteit van een gewas hoger in wisselteelt dan in vaste teelt. De rustgewassen brengen echter niet direct geld op.

Al met al kan een slimme uitgebreide rotatie veel voordelen opleveren voor zowel de bedrijfsvoering als de omgeving en kan met minder externe input eenzelfde of een beter resultaat geboekt worden.

Downloads

Bodemvruchtbaarheid behouden: bijdragen van boer tot burger (Louis Bolk)

De problematiek van afnemende bodemvruchtbaarheid zowel vanuit de boer als vanuit de samenleving. Wat kan de boer doen? Hoe kunnen consument, ketenpartijen en overheid daarbij helpen?

Verruiming vruchtwisseling in relatie tot mineralenbenutting, bodemkwaliteit en bedrijfseconomie op akkerbouwbedrijven (WUR 2012)

Maatregelen Natuurinclusieve landbouw (Louis Bolk instituut)

Een overzicht van maatregelen voor natuurinclusieve landbouw die boeren kunnen treffen op hun bedrijf en inzicht in de effecten van die maatregelen

Boeren in Beweging (Wageningen University & Research)

Hoe boeren afwegingen maken over natuurinclusieve landbouw en hoe anderen hen kunnen helpen

Copyright © NMZH