Hoeve KazanDe bodem is de basis van het bedrijf

Erfinrichting

Erven zijn een belangrijk leefgebied voor diersoorten van het boerenland. Erfbewoners als zwaluwen, mussen, uilen en vleermuizen zijn afhankelijk van de beplanting, de weiden en de gebouwen om voedsel en beschutting te vinden, maar ook om zich voort te planten.

De boerenerven zijn de afgelopen decennia steeds kaler en 'netter' geworden of ze zijn intensiever in gebruik voor stallen, silo's en landbouwwerktuigen. Door deze ontwikkelingen gaan de verschillende soorten erfbewoners in aantal hard achteruit terwijl ze juist zo belangrijk zijn als natuurlijke bestrijders van muggen, vliegen en muizen.

Biodiversiteit op het boerenerf is dus meer dan een “overhoekje met bloemen”. Om de biodiversiteit op het erf te bevorderen kunnen verschillende maatregelen genomen worden. Denk daarbij aan gemengde hagen, fruitbomen, bloemenranden, zwaluwkasten, mussenhotels, poelen, houtwallen en insectenhotels.

Gemengde hagen

bestaan uit diverse soorten hagen die er tegen kunnen om regelmatig geschoren te worden. Hagen markeren grenzen op het erf. Ze omzomen de siertuin en vormen een prachtige omzoming van een boomgaard. Kleine vogels zoals mussen vertoeven er graag, want ze zijn er veilig voor roofvogels.

Hoogstamboomgaarden

leveren een mooi landschappelijk plaatje op en een mooie graasplek voor het vee. Vooral vlinders (gehakkelde aurelia en landkaartje) en broedvogels (winterkoning, putter en grauwe vliegenvanger) houden van fruitboomgaarden.

Bloemenranden en –weitjes

maken een erf aantrekkelijk voor hommels, bijen en vlinders. Bepaalde planten zijn extra aantrekkelijk zoals vlinderstruik, duizendschoon en herfstaster bijvoorbeeld. Maar ook wilde planten als echte koekoeksbloem, gewone smeerwortel en pinksterbloem trekken insecten aan.



Nestgelegenheden

zijn belangrijk voor kerk- en steenuilen, zwaluwen en mussen. Ze zijn vooral effectief op een gevarieerd erf in een landschap met houtsingels, knotwilgen en hoekjes waar insecten en muizen zitten.

Elke poel

is een wereld van leven op zich. Het water trekt bruine- en groene kikkers én salamanders. Tegelijkertijd trekt een poel insecten aan, zoals libellen en muggen. In de nabijheid van poelen is het slim om een houtwal of bosje aan te leggen, want kikkers en salamanders zitten voor een groot deel van het jaar verscholen op het land.

Een houtsingel

is meer dan leverancier van kachelhout. De dichte structuur biedt bescherming aan verschillende kleine zoogdieren en zangvogels. Vaak is een houtsingel enkele meters breed. Omdat ze regelmatig (bijvoorbeeld eens per vijftien jaar) worden afgezet, ontstaat een dichte structuur. Kleine vogels zoals heggenmus, winterkoning en zwartkop broeden er graag. Ook voor kleine zoogdieren zoals wezel en hermelijn biedt een houtsingel schuilgelegenheid.

Een insectenhotel

is een stuk hout met gaten. Daarin leggen solitaire bijen hun eitjes.Er zijn honderden soorten solitair levende bijen en wespen, die ook bestuivingswerk doen. Ook die insecten moeten ergens wonen.

Meer informatie

Binnen het project ErvenPlus investeerden gemeenten in Brabant samen met natuurwerkgroepen, ZLTO-afdelingen en het Brabants Landschap in meer biodiversiteit op de Brabantse erven. 

De Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard heeft een actieve erfvogelwerkgroep


Downloads

Infoblad boerenzwaluw (Brabants Landschap)

Bijen op het landbouwbedrijf (Louis Bolk Instituut)

Werken aan een bijvriendelijker platteland

Infoblad huismus (Brabants Landschap)

Infoblad huiszwaluw (Brabants Landschap)

Copyright © NMZH