Blijf op de hoogte

Nieuws

Klaver in plaats van toegevoegde stikstof

In de strijd tegen de stikstofuitstoot stelt de commissie-Remkes voor om het gebruik van kunstmest ‘uit te faseren’. Maar akkerbouw zónder stikstof uit mest te gebruiken, kan dat? Jazeker, toont onderzoek op de proefboerderij Kollummerwaard.

Want boeren die klaver door het gras mengen, hoeven minder stikstof in de vorm van mest toe te voegen en kunnen tóch voldoende veevoer van hun land oogsten.

Lees het verhaal over de kracht van klaver, opgetekend door journalist Rob Buiter voor dagblad Trouw.

‘Eet ook na de lockdown lokaal’

‘De coronacrisis verstoorde de wereldwijde voedselproductie, maar liet ook zien hoe het beter kan: met kortere voedselketens’, schrijven Barbara Baarsma, Drees Peter van den Bosch, Joris Lohman en Samuel Levie in het NRC. Maar blijven consumenten de weg naar streekproducenten vinden, ook nu het virus op zijn retour lijkt? Of gaan we terug naar ‘het oude normaal’?

Dat zou jammer zijn, vinden de auteurs, ‘want ‘de korte keten’ is veel méér dan voedselboxen als crisisinterventie. Het gaat om verse producten die niet of veel minder bewerkt zijn dan de producten in de supermarkt en dus gezonder zijn. De producten hebben minder kilometers afgelegd en kunnen daardoor een betere CO2-voetafdruk hebben.’

Lees het artikel.

Caring Farmers blijft groeien

De gangbare landbouw is volledig vastgelopen en veel te verwoestend voor de natuur. Tegelijk worden de duizenden (bio)boeren die dat willen veranderen, nauwelijks gehoord. Er is te weinig aandacht voor ze in de media en in de politiek. Dat vinden de boeren achter Caring Farmers, een nieuwe belangenbehartiger voor de kringlooplandbouw.

Kees Vermeer interviewde woordvoerder Hanneke van Ormondt voor zijn artikel op De Kortste Weg. "Het landbouwbeleid is decennialang hetzelfde geweest en is niet goed voor de boeren", zegt zij. "Steeds meer boeren sluiten zich dan ook aan bij Caring Farmers. Ik denk dat misschien wel de helft van alle boeren uiteindelijk met ons mee wil", aldus Hanneke. Het ledental is inmiddels gegroeid naar 150 en groeit nog steeds.

Rabobank: boeren moeten duurzamer produceren

Veel mensen kennen de cijfers achter ons voedsel, maar we blijven ervan schrikken: anno 2020 wordt zo’n 75 procent van ons geproduceerde voedsel geëxporteerd, terwijl tegelijkertijd de helft van ons consumentenvoedsel wordt geïmporteerd. Een gemiddelde hap heeft 30.000 kilometer afgelegd voor die op ons bord ligt. Ook voedsel dat op Nederlandse bodem is verbouwd, maakt vaak een lange omweg. In het buitenland wordt het bijvoorbeeld verwerkt tot hapklare producten die uiteindelijk weer belanden in de schappen van Nederlandse supermarkten. 

Barbara Baarsma, directievoorzitter van de Rabobank Amsterdam, wil hierin verandering aanbrengen. "Als we inzetten op korte ketens naast de internationale ketens, is de leveringszekerheid van ons voedsel uiteindelijk beter geborgd", zegt ze in het radiprogramma Vroege Vogels. Aangezien de Rabobank 85% van onze boeren financiert, is dit een hoopvolle ontwikkeling.

Lees het artikel en luister naar de podcast

Britse expert: de mondiale voedselketen is failliet

'Covid-19 toont het failliet van de mondiale voedselketen', zegt de Britse Carolyn Steel, auteur van diverse boeken en artikelen over voedsel, in een artikel in het NRC. 'Goed eten is lokaal, kleinschalig, biologisch. En de overheid is aan zet, want de markt gaat dit niet oplossen.'

De huidige situatie: telers kunnen hun gewassen niet van het land krijgen want de buitenlandse arbeiders blijven weg. Afzetkanalen vallen weg doordat de horeca gesloten is. Export en import haperen nu grenzen en havens op slot zitten. In Afrika en Azië ontvluchten de armen de steden, uit vrees voor honger. Voedseltekorten dreigen in landen die afhankelijk zijn van import. 'Het laat zien', zegt Steel, 'hoe kwetsbaar ons gemondialiseerde voedselsysteem is. En hier in het Verenigd Koninkrijk trekken jonge mannen intussen blikken bonen uit de handen van oude omaatjes.'

Lees het artikel van Martine Kamsma

Mensen hamsteren ook in boerderijwinkels

Toen de eerste coronamaatregelen werden afgekondigd, haastte half Nederland zich in paniek naar de supermarkt. Pasta, bonen in blik en wc-papier werden en masse ingeslagen. Maar toen de schappen daar leeg raakten vertrokken mensen naar de boeren. Terwijl het daar rond deze tijd normaal gesproken heel rustig is.

Lees het artikel van journalist Sammy Shawky op de website van De Kortste Weg

KAN EEN GOEDE BOER NATUURINCLUSIEF ZIJN?

Een ‘goede boer’, wat is dat precies? Of liever, hoe denken boeren daar zelf over? En hoe kenschetsen boeren een ‘goed landschap’? Vier wetenschappers van Wageningen University & Research deden hier onderzoek naar. Veel boeren zijn tevreden met hun werk als het land, het vee en de grond goed onderhouden zijn: vrij van onkruid, met een goed bijgehouden erf. Maar het onderzoek voegt daar ook aspecten aan toe: Een goede boer neemt ook verantwoordelijkheid ten aanzien van milieu, biodiversiteit en maatschappij, is sociaal, werkt niet te hard en is gelukkig. Begrip van de rol van culturele normen in de landbouw is volgens de onderzoekers van groot belang voor partijen die beslissingen van boeren zouden willen beïnvloeden, zoals overheden, natuurorganisaties, ketenpartijen en agrarische collectieven.

Het resultaat van het onderzoek onder 24 Nederlandse boeren legden de academici vast in het wetenschappelijk rapport “Kan een goede boer natuurinclusief zijn?”.

Door coronacrisis eten we meer lokaal voedsel

Na enkele weken coronacrisis blijken steeds meer Nederlanders de weg naar lokale voedselproducenten te vinden. Niet alleen omdat de schappen in de supermarkt leger zijn, maar ook omdat men lokale ondernemers steunt en vooral: omdat men gezond wil eten. Daarnaast groeit het besef dat het coronavirus mogelijk is ontstaan door de destructieve omgang van mensen met onze flora en fauna.

Iets meer uitzoomend: het coronavirus legt de zwakten in ons mondiaal verknoopte voedsel- en landbouwsysteem bloot. Alleen met een radicaal andere visie en nieuw beleid maken we daadwerkelijk de omslag naar een toekomstbestendig, gezond landbouw- en voedselsysteem. Dit schrijft de website Voedsel Anders, in een artikel waarin gepleit wordt voor ondersteuning van kleine, veelbelovende bedrijven en initiatieven, nu en in het post-coronatijdperk.

 

Lees het artikel van Voedsel Anders

 

 

Greener future for young farmers

Een groenere toekomst is voor iedereen de juiste weg, en zeker voor jonge boeren! Daarom heeft de Europese Unie een subsidie toegekend aan het project ‘Greener future for young farmers’. Op initiatief van Vogelbescherming Nederland wordt onderwijsondersteunend materiaal over natuurinclusieve landbouw verzameld en ontwikkeld voor alle niveaus in het groene mbo en hbo.

De biodiversiteitscrisis maakt het immers noodzakelijk om verder te kijken dan traditionele agrarische thema’s als gewaskennis, schaalvergroting en techniek. Om natuurinclusieve landbouw verder te ontwikkelen, zijn boeren nodig die daadwerkelijk met natuur gaan werken op hun bedrijf, schrijft Vogelbescherming Nederland op haar website. Die jonge boeren moeten dan wel weten wat hun kansen en mogelijkheden zijn, dus dat vraagt om een aangepast lespakket.


UITNODIGING: ook jij kunt praktische en beeldende materialen toevoegen, die gaan over natuurinclusieve landbouw en waar collega’s in het onderwijs wat aan kunnen hebben. Klik op het linkje.

 

Meer informatie en bijdragen aan het project

 

Geld Postcode Loterij voor mens en natuur

Tijdens het jaarlijkse Goed Geld Gala in Amsterdam maakte de Postcode Loterij bekend dat ze dit jaar maar liefst € 376.584.531 kan verdelen onder 123 organisaties. De Natuur en Milieufederaties kunnen opnieuw rekenen op een vaste bijdrage van 2,25 miljoen euro. Met een extra schenking van 2,25 miljoen euro voor Plan Boom, worden de komende vier jaar in Nederland 10 miljoen bomen geplant.

Ook wordt geld vrijgemaakt voor projecten die – direct of indirect - een gezonde en duurzame landbouw ten goede komen. Zo ontvangt de stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel 1,5 miljoen euro om boeren, burgers, bedrijven, kennisinstellingen, natuurorganisaties en overheden die gezamenlijk werken aan biodiversiteitsherstel een belangrijke impuls te geven. Natuurorganisatie IUCN NL ontvangt een bijdrage van € 2,8 miljoen voor het project ‘Onder het Maaiveld’, dat inzet op verbetering van het bodemleven met behulp van een label voor bodemkwaliteit.

Lees over het Goed Geld Gala van de Postcode Loterij

EJP SOIL: bodemverbe-tering in heel Europa

26 instituten uit 21 verschillende landen doen een gezamenlijk onderzoek naar een klimaatslim en duurzaam agrarisch bodembeheer in Europa. Voor Nederland is het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit eigenaar van het programma. De Universiteit van Wageningen is nauw betrokken. Met het programma is een bedrag van 80 miljoen euro gemoeid.


Het ‘European Joint Programme on Agricultural Soil Management’, afgekort EJP SOIL, is op 1 februari 2020 formeel van start gegaan. Doel van het EJP SOIL is het verbeteren en verduurzamen van  het bodembeheer in de landbouw in heel Europa. Dit draagt bij aan het realiseren van belangrijke maatschappelijke uitdagingen, zoals aanpassing aan klimaatverandering en voedselzekerheid. Saskia Visser, programmaleider namens Wageningen, geeft aan: “Bodems spelen een belangrijke rol in veel maatschappelijke opgaven, maar goed bodembeheer is complex. Met het bijeenbrengen van alle kennis in Europa kunnen we een grote slag maken in kennisontwikkeling en toepassing.” Het programma heeft een looptijd van vijf jaar. 


Lees meer over EJP SOIL

Toekomstbestendig boeren in het Groene Hart

Broeikasgassen, biodiversiteit, verdienmodellen en het waterpeil. Dat zijn de thema’s van het kennisprogramma over toekomstbestendig ‘boeren’ in het Groene Hart. Het programma is opgezet door Wageningen University en Research (WUR), zuivelfabriek De Graafstroom, zuivelcoöperatie Deltamilk, Waterschap Rivierenland, de Rabobank en de provincie Zuid-Holland.


Onder leiding van de WUR wordt onder meer onderzoek gedaan naar maatregelen met betrekking tot het waterpeil voor de ontwikkeling van het landgebruik, de natuur en nieuwe verdienmodellen voor de veehouderij. Het programma onderzoekt ook of door het toevoegen van water aan de bodem via buizen de bodemdaling teruggebracht kan worden van 10 tot 15 millimeter per jaar naar 4 tot 5 millimeter per jaar. Daarmee zou een enorme vermindering van de broeikasgassen kunnen worden gerealiseerd.


Het kennisprogramma is een onderdeel van de Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling. Dit is een netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden die werken aan toekomstbestendige, duurzame landbouw.

 

Lees meer op de website van de WUR

 

$ 80 miljoen voor duurzame landbouw, bos

Het AGRI3 Fonds voor duurzame landbouw en bosbescherming krijgt versterking van twee nieuwe investeerders. Dat schrijft de website Duurzaam nieuws. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat $ 40 miljoen (€ 37,6 miljoen) investeren. De Rabobank stapt voor eenzelfde bedrag in.

Het Fonds wil via de combinatie van publieke en private financiering 1 miljard dollar aan kapitaal vrijmaken voor de overgang naar meer duurzame landbouw. De groeiende vraag naar voedsel zet agrarische grond en bossen fors onder druk, zo schrijft Duurzaam nieuws. Jaarlijks verdwijnt 7 miljoen hectare tropisch regenwoud. Tezamen met emissies vanuit landbouw is de CO2-uitstoot die aan dit bosverlies is te wijten goed voor 24 procent van de wereldwijde CO2-emissies, meer dan de gecombineerde uitstoot van auto’s en vliegtuigen. Het AGRI3 Fonds is opgericht door het VN Milieuprogramma en Rabobank, samen met partner IDH Sustainable Trade Initiative en ondersteund door FMO, om klimaatverandering tegen te gaan.

Lees hier het artikel

 

 

MEER BIODIVERSITEIT MET KRUIDENRIJK BOEREN

Nature Today tekende het verhaal op van een Brandwijkse melkveehouder, die laat zien dat ‘boeren’ en biodiversiteit heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Door de variatie aan kruiden op zijn weiland te stimuleren, verbetert Ad van Rees niet alleen de kwaliteit van zijn land, maar ook de gezondheid van zijn dieren. Samen met vrouw en zoon verzorgt hij 165 melkkoeien en houdt hij schapen.

 

Lees het verhaal van Ad in Nature Today

 

 

KRINGLOOPLANDBOUW: 10 PUNTEN VOOR MINISTER

Ruim vijftig organisaties, waaronder de Natuur en Milieufederaties, hebben op 14 januari, samen met hun achterban, de wandelschoenen aangetrokken om via een ‘Kring-loop’ aandacht te vragen voor kringlooplandbouw. De wandeling liep van Hoeve Biesland in Delfgauw naar Den Haag. Aan het einde van de Kring-loop werd een tienpuntenplan overhandigd aan landbouwminister Carola Schouten.

Met dit plan willen de organisaties gehoor geven aan de gezamenlijke wens om ons voedselsysteem binnen de draagkracht van de aarde te organiseren. We vragen dan ook aan de overheid om snel in actie te komen, aangezien het huidige systeem niet meer houdbaar is. Met het plan is alvast een voorzet gedaan om deze weg vooruit te schetsen.

Meer over de Kring-loop en het tienpuntenplan

Drenthe financiert duurzame boeren in pilot

Drenthe geeft het goede voorbeeld. Men realiseert zich dat (intensieve) landbouw mede de oorzaak is van het grote verlies aan biodiversiteit, maar dat (duurzame) landbouw tegelijk een deel van de oplossing kan zijn. Daarbij: de landbouw lijdt zelf óók onder het gebrek aan biodiversiteit. Er loopt nu een pilot, waarbij boeren – via een stapeling aan financieringen – kunnen worden beloond voor hun goede prestaties. De pilot is gelieerd aan het Deltaplan biodiversiteitsherstel.

In het Deltaplan biodiversiteitsherstel hebben kennisinstituten, bedrijven, banken en natuur- en milieuorganisaties een coalitie gevormd. Zij stelden vijf succesfactoren op om in 2030 significante stappen te hebben gemaakt in de biodiversiteit: draagvlak en gedeelde waarden, stimulerende en coherente wet- en regelgeving, nieuwe kennis en innovatie, gebiedsgerichte samenwerking tussen alle grondgebruikers in een regio en het realiseren van nieuwe verdienmodellen.

Eén concrete stap is al gezet: de biodiversiteitsmonitor die de scores weergeeft in diverse aspecten van duurzaamheid, en beloont. Met een duurzaam plan kun je als landbouwbedrijf financieel worden ondersteund. Melkveebedrijf Riedstra en Hoving is het eerste bedrijf dat in deze pilot financiering ontving. De website van Duurzaam bedrijfsleven schreef er een artikel over.

 

Meer over het Drentse project

 

Tweede themabijeenkomst Kruidenrijk grasland

Op dinsdagavond 10 december 2019 organiseerde de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met De Groene Motor opnieuw een kennisbijeenkomst rond het thema ‘Kruidenrijk grasland’.

Na een eerdere bijeenkomst deze zomer in Zoeterwoude, waren we ditmaal te gast op het biologisch-dynamische melkveebedrijf van Kees en Maria van Gaalen in Noordeloos. In de groepsruimte boven de stal hield Jan de Wit (DWC advies en voormalig adviseur Louis Bolk-instituut) een presentatie over kruidenrijk grasland.

Kees van Gaalen vertelde vervolgens hoe hij op zijn bedrijf met natuurlijk inclusieve landbouw bezig is. De avond werd afgesloten met een gesprek met de deelnemers onder leiding van Theo Vogelzang van LandschappenNL.

Jan de Wit ging in op de vraag wat kruidenrijk gras voor weidevogels betekent en hoe je er als boer voor zorgt dat er op het juiste moment in het seizoen een aantrekkelijk biotoop voor de weidevogels staat. En wel zo, dat het tegelijk ook een goede opbrengst aan gras oplevert. Kruidenrijk grasland is goed voor insecten en dus voor weidevogels, want insecten zijn weer het hoofdvoedsel voor de kuikens. Ook voor de gezondheid van het vee is kruidenrijk gras goed en dat is weer gunstig voor de boer. Als het aandeel kruiden ten opzichte van het aandeel grassoorten toeneemt, daalt wel de opbrengst in veevoer. Het is dus zoeken naar een goede balans.


Uiteindelijk is divers grasland stabieler en mineraalrijker en heeft daarmee ook voordelen voor diergezondheid en het voorkomen van ongewenste niet-eetbare kruiden. Ook heeft het een effect op de melkkwaliteit. Vooral soorten als cichorei, smalle weegbree, paardenbloem doen het goed in productief grasland. Vaak ook duizendblad en karwij en soms rolklaver, wilde peen, leeuwentand en pimpernel. Klavers hebben een gunstig effect op de bodem en zorgen daarmee ook voor toename van het aantal wormen in de bodem. Witte klaver kan goed tegen beweiden.


Het moment van inzaaien is ook van belang, omdat gras bij lagere temperatuur kiemt dan de meeste kruidachtige soorten. Uit onderzoeken van het Louis-Bolk onderzoek bleek wel dat het realiseren van kruidenrijk gras niet eenvoudig is. Zeker op voedselrijke grond als veen is dit een langdurig proces.

Inzaaien op veen is meestal niet aan te raden omdat de werkzaamheden ook organische stof mobiliseert. Te rijke grond is een lastig uitgangspunt voor omschakeling naar kruidenrijk grasland. Bij een productie van meer dan 8 ton droge stof/ha/jaar is dit pas zinvol. Bij rijkere bodem moet eerst verschraald worden door niet te mesten en wel te maaien en af te voeren. 


Uit de discussie en praktijkervaringen van aanwezigen, bleek ook nu dat aanpassingen van de bedrijfsvoering voor meer weidevogels maatwerk is. Kruidenrijk grasland in de goede vorm heb je niet zomaar en is niet de enige factor van belang. Het is een onderdeel van een goed mozaïek op polderniveau waarin oudervogels en kuikens kunnen eten, schuilen en rusten en daarvoor op het juiste moment de geschikte vegetatiehoogte en structuur ter beschikking hebben.
Juist daarom is goede communicatie en uitwisseling van praktijkervaringen tussen betrokken boeren, vrijwilligers en terreinbeheerders van belang. In dat opzicht was ook deze bijeenkomst weer heel waardevol, want zowel weidevogelvrijwilligers als boeren met uiteenlopende bedrijfsmodellen waren aanwezig en wisselden ervaringen uit.

Digitale special ‘Biodiversiteit’ is uit!

Het derde themanummer van het Regiebureau POP gaat over biodiversiteit.

Meer dan ooit staat het behoud van biodiversiteit op de politieke agenda en houdt de gemoederen bezig. Met de negatieve uitspraak van de Raad van State over de PAS stagneert de vergunningverlening en lijkt er een nieuwe tegenstelling te ontstaan tussen biodiversiteit en andere belangen als voedselproductie, wonen en mobiliteit. Dat is jammer, want de meeste Nederlanders geven om de natuur, willen wonen in een mooie leefomgeving en kunnen genieten van een gezond en gevarieerd voedselaanbod. Het is ook jammer, omdat er juist veel initiatieven vanuit de landbouw worden ondernomen om bij te dragen aan het versterken van de biodiversiteit.

Hoe draagt POP bij?
Met de inzet van geld uit het Europese Plattelandsontwikkelingsfonds wordt door het Rijk en de provincies volop ingezet op het versterken van de biodiversiteit. Het themanummer laat aansprekende voorbeeldprojecten zien van mooie verbindingen tussen landbouw en natuur. Een van deze projecten is Natuurlijk Boeren. In het themanummer daarover een mooi artikel met onze Natuurlijk Boeren boer Jeroen van der Kooij en projectleider Fleur.

Lees het losse artikel

Lees het hele nummer

Weidevogelbeheer met voorweiden

Binnen het agrarisch weidevogelbeheer geldt vaak een latere maaidatum, tot half juni. Dat is niet altijd gunstig, omdat het gewas dan te zwaar kan worden. Met voorweiden wordt een deel van dit probleem opgelost.

Voor graslandpercelen met een beheerpakket voor weidevogels geldt vaak een uitgestelde maaidatum tot 1, 8 of 15 juni. Maar door dit uitgestelde maaibeheer ontstaat vaak een zwaar gewas. Dat is niet ideaal voor de weidevogels die een open structuur verlangen om te kunnen foerageren. Een bijkomend nadeel is dat er na het maaien een holle zode ontstaat. Het duurt lang voordat de grasmat hersteld is.

Voorweiden
Je kunt die problemen voorkomen door voorweiden. Er zijn nu beheerpakketten met mogelijkheid tot voorweiden. Je beweidt een perceel dan tot 1 of 8 mei. Daarna wordt het perceel vier tot zes weken met rust gelaten. Om te onderzoeken wat het effect is van dit voorweiden is in 2018 op het Kennis Transfer Centrum (KTC) Zegveld een praktijkproef uitgevoerd. Ook in Friesland is een vergelijkbare proef uitgevoerd. Vakblad V-focus beschrijft de resultaten van die proef in het artikel 'Voorweiden voor weidevogels'.

Grasopbrengst
Uit de proef blijkt dat de opbrengst van de eerste snede na voorweiden duidelijk lager is (3,2 tot 4,6 ton droge stof per hectare.) dan wanneer niet wordt voorgeweid (6,7 tot 7,3 ton per hectare.). Maar die lagere opbrengst wordt deels gecompenseerd door opname tijdens het voorweiden (1,9 tot 2,5 ton per hectare). Bovendien blijkt dat zonder voorweiden de snedes veel zwaarder zijn wat een holle zode tot gevolg heeft. De graszode heeft dan meer tijd nodig om te herstellen. Door de betere hergroei na de eerste snede bij voorweiden worden de grasopbrengsten bij de volgende snedes duidelijk hoger.

Het vakblad concludeert dat voorweiden een deel van de problemen van beheerpakketten met een uitgestelde maaidatum kan verhelpen. Maar er zijn wel aandachtspunten. Zo moet je het bemestingsplan aanpassen. En als voorweiden lastig is omdat het te beheren perceel op afstand ligt, kan er ook worden voorgeweid met jongvee. Veel informatie over weidevogelbeheer kan worden gevonden op de website van het project ‘Winst en Weidevogels’.

Bron: Groen Kennisnet

Biodivers boeren gelanceerd

Het boek 'Biodivers boeren – De meerwaarde van de natuur voor het boerenbedrijf' geschreven door Jan Willem Erisman en Rosemarie Slobbe is tijdens het tweedaags congres Natuurinclusieve landbouw aan de minister van LNV, Carola Schouten aangeboden. 

Het boek legt de nadruk op de functionaliteit van agro-ecologie, hoe een agrarisch bedrijf baat kan hebben bij verschillende agro-ecologische maatregelen en welke keuzes een boer van nu kan maken en welke ingrepen het overwegen waard zijn. Ook wordt er ingegaan op de maatregelen die alleen de overheid kan nemen, en welke verantwoordelijkheid de agrobusiness, de burger en consument dragen.

Dit boek is geschikt voor boeren in opleiding, ondernemers in het boerenbedrijf, landschapsspecialisten, maar ook voor bestuurders, beleidsontwikkelaars en opiniemakers is dit een verhelderend boek.

Meer informatie over boek en congres

Veel animo voor Verdienmodellen Natuurinclusieve landbouw

Op dinsdagavond 5 november organiseerde de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met De Groene Motor een kennisbijeenkomst rond het thema ‘Verdienmodellen voor Natuurinclusieve Landbouw’. Ruim 30 boeren, vrijwilligers en terreinbeheerders wisselden kennis en ervaringen uit over deze verdienmodellen.

De bijeenkomst vond plaats op Hoeve Biesland, het biologisch-dynamische melkveebedrijf van Jan en Mieke Duijndam in Delfgauw en werd begeleid door Theo Vogelzang. De avond ging van start met een inleiding door Nico Polman van Wageningen Economic Research.

Volgens Polman is dè succesfactor voor natuurinclusieve landbouw een effectief verdienmodel voor een bedrijf waarin de natuur centraal staat in alle facetten van de bedrijfsvoering. Er wordt daarbij dus niet alleen geld verdiend met agrarische productie, maar er wordt ook waarde gecreëerd voor en met de natuur. Die waarde wordt gecreëerd door natuurwaarden of opbrengsten uit de natuur te vermarkten en door eigenschappen van de natuur te benutten in de bedrijfsvoering (en daarmee in sommige gevallen ook kosten te besparen).

Doordat de bedrijfsstructuur, ontwikkelmogelijkheden en eigenschappen van de omgeving per bedrijf verschillen, is het natuurinclusieve verdienmodel van elk bedrijf uniek. Een blauwdruk is moeilijk te geven. Het verdienmodel staat of valt bij de invulling van iedere individuele ondernemer.

In de publicaties Boeren in Beweging en Verdienmodellen Natuurinclusieve Landbouw worden diverse verdienmodellen opgesomd. Ze zijn te groeperen naar thema: samenwerken, verbreden, natuurbeheer, de bodem.

  • Verdienmodellen kunnen gebaseerd zijn op het realiseren van meerwaarde voor meerdere bedrijven gezamenlijk, via bijvoorbeeld natuurbeheer. In dat geval wordt vaak ook samengewerkt met andere partijen zoals terreinbeheerders, afnemers en maatschappelijke organisaties.
  • Natuurinclusieve verdienmodellen kunnen gebaseerd zijn op de combinatie van veehouderij en akkerbouw of multifunctionele activiteiten op het bedrijf, zoals zorg, recreatie, educatie of produktie en vermarkting van streekproducten.
  • Een derde groep verdienmodellen kenmerkt zich doordat natuurbeheer onderdeel van het verdienmodel van het bedrijf is. Bijvoorbeeld een veehouderij die, naast de productie van melk en vlees, op contractbasis natuur en landschap beheert op grond van een terreinbeheerder.
  • Tot slot, kan de bodem de kern van het verdienmodel zijn. Investeren in de betere bodemstructuur en - vruchtbaarheid door toepassing van niet-kerende grondbewerking (NKG) kan leiden tot lagere kosten en hogere opbrengsten. 

Volgens gastheer Jan Duijndam staat of valt een effectief verdienmodel met motivatie, geduld en ondernemerschap. Hij heeft al meer dan 20 jaar geleden een omslag gemaakt naar een extensieve wijze van boeren en blijft vooruitdenken. Zijn verdienmodel is vooral gebaseerd op de overlap van de overheidsvergoedingen voor natuurbeheer en de meerprijs die consumenten willen betalen voor biologisch-dynamische producten. Belangrijk zijn afspraken voor de lange termijn met overheden en terreinbeheerders, want die maken investeringen mogelijk. Duijndam beschouwt de overheid als een klant: Wil de overheid doelen behalen op het gebied van biodiversiteit? Dan heeft dat een prijs.

Vanuit de zaal werd gewezen op het ontbreken van natuurinclusieve landbouw in het curriculum van het groene onderwijs. Wellicht dat de Green Deal Natuurinclusieve Landbouw Groen Onderwijs daarbij voor een ommekeer kan zorgen.

Een aanwezige noemde ook de houding van erfbetreders, die natuur en landschap vaak niet beschouwen als integraal onderdeel van een verdienmodel. Waarop een aanwezige akkerbouwer een warm pleidooi voor omschakelen naar natuurinclusievelandbouw hield: een betere bodem en meer biodiversiteit leiden tot hogere opbrensten én een volhoudbaar systeem. Vanuit de zaal werd dit ondersteund. Als we natuur en landschap gaan zien en waarderen als een onderdeel van het boerenbedrijf en de boer als beheerder daarvan belonen, kunnen we toe naar een duurzamer landbouwsysteem, waar ook meer ruimte is voor biodiversiteit.

Boer zoekt kennis over natuurinclusieve landbouw

Boeren en tuinders hebben behoefte aan kennis over natuurinclusieve landbouw op internet. Ook horen ze graag ervaringen van andere boeren en bedrijfsadviseurs. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research, het Louis Bolk Instituut en Aequator Groen & Ruimte.

Lees het hele artikel van Nieuwe Oogst

Toekomstbeelden van natuurinclusieve landbouw

De roep vanuit de maatschappij om een andere, meer duurzame landbouw groeit. Met een meer natuurinclusieve landbouw, een vorm van landbouw die natuur als partner beschouwt, kun je werken aan herstel van biodiversiteit. Natuurinclusieve landbouw is in feite boeren met biodiveristeit, zo is te lezen in het rapport over toekomstbeelden van natuurinclusieve landbouw van de Wageningen Universiteit. Op steeds meer plekken in Nederland willen diverse partijen ermee aan de slag. In verschillende provincies lopen momenteel actieplannen, regio-deals of living labs voor natuurinclusieve landbouw.

Roel van Buuren genomineerd als beste graslandboer 2019!

Onze Natuurlijk boeren boer Roel van Buuren is genomineerd als beste graslandboer 2019!

En dat vinden wij natuurlijk heel erg leuk

Het jerseykoppel van Roel van Buuren krijgt in het weideseizoen twee keer per dag een nieuwe strip gras en produceert meer dan 90 procent van de melk uit eigengeteeld gras. Het krachtvoerverbruik ligt op een spaarzame 6 kilo per 100 kilo melk. ‘Vier jaar geleden werden we nog voor gek versleten, maar inmiddels komen er al excursies om te kijken hoe wij kruiden in bestaand grasland hebben geïntegreerd.’

Bron: Veeteelt.nl

Lees het hele artikel

Kringloopboeren in Midden-Delfland gaan aan de slag met kruidenrijk grasland

De belangstelling voor kruidenrijk grasland neemt op veel plaatsen toe. Binnen de verdiepingsgroep Kringloopboeren Midden Delfland is er dit jaar gekeken naar de ervaringen met kruidenrijk grasland. Ook in Midden-Delfland gaan er dit najaar zes melkveehouders, onder begeleiding van het Louis Bolk instituut, aan de slag met de inzaai van productief kruidenrijk grasland.

Lees het artikel van Midden In Delfland

Campagne De Kortste Weg van start

Op zaterdag 14 september is tijdens de jaarlijkse Prinsjesmarkt in Den Haag de campagne ‘De Kortste Weg’ van start gegaan. Met deze campagne worden consumenten uit Zuid-Holland opgeroepen om vaker te kiezen voor voedsel uit de regio. “Die keuze levert namelijk veel voordelen op”, zegt Alex Ouwehand, directeur van de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en een van de initiatiefnemers. “De impact op het milieu is lager, het stimuleert duurzame landbouw, boeren en producenten ontvangen een eerlijke prijs en consumenten kunnen kiezen uit een gevarieerd aanbod van gezonde en verse producten.” Deze lokale producten zijn rechtstreeks bij boeren te koop maar ook te bestellen via de website dekortsteweg.nl. Het officiële startsein voor de campagne werd in Den Haag gegeven door Jan Duijndam (een van de deelnemende boeren) en de gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, Adri Bom-Lemstra, die daar het eerste proefpakket in ontvangst nam.

“De grenzen van onze huidige voedselproductie komen in zicht”, zegt Ouwehand. “Het klimaat verandert, de bodem degradeert, insecten sterven uit, schoon water wordt schaars en boeren klagen over te lage prijzen voor hun producten. Daarom moeten we ons voedselsysteem radicaal veranderen. Een eerste stap in die voedseltransitie is om producten die zijn geproduceerd in een bepaalde regio, daar ook zoveel mogelijk te verhandelen.” Boer Duijndam: “Dit zorgt voor gelijkwaardiger relaties tussen boer en consument en creëert een gevoel van betrokkenheid. Dankzij de eerlijke prijs die wij hier voor onze producten ontvangen, krijgen we meer ruimte om met respect voor dieren, het landschap en biodiversiteit ons werk te doen.” Zo wordt duurzame landbouw gestimuleerd.

Ook gedeputeerde Bom-Lemstra is blij met het initiatief. “Ik steun dit project van harte. Het sluit aan bij de ambitie van de provincie: gezond, duurzaam en betaalbaar eten voor iedereen. Het draagt uiteindelijk ook bij aan een mooier en gezonder landschap. Door De Kortste Weg te kiezen, en dus lokale producten te eten, draag je hieraan bij. Bovendien smaakt het nog fantastisch ook!” Wie via De Kortste Weg en deelnemende aanbieders producten koopt, draagt met elke aankoop bovendien bij aan meer natuur in Zuid-Holland.

Met het startschot van de campagne tijdens de Prinsjesmarkt is ook de website gelanceerd. Op www.dekortsteweg.nl is een overzicht te vinden van alle deelnemende boeren in de buurt, men kan een proefpakket met vers voedsel uit Zuid-Holland bestellen en het manifest lezen, waarin de gemeenschappelijke strijdwaarden zijn geformuleerd. Iedereen is – zowel online als offline – van harte uitgenodigd deel uit te maken van deze gemeenschap.

De Boerderij zet onze website in het zonnetje

Op de website Deboerderij.nl is een leuk stuk geplaatst over natuurlijkboeren.nl. 

 

TLC zoekt huiden van biologische koeien

Trace your Leather Cooperative (TLC) zoekt biologische boeren die samen met het hen een partnerschap aan willen gaan. „We willen dat de consument, naast biologisch en niet-biologisch vlees, ook kan kiezen voor producten met leer van biologische koeien”, zegt Matthea van Staden. „Dat kan alleen als we samenwerken.”

 

Dat de consument nu de keuze nog niet kan maken tussen bijvoorbeeld een tas met leer van een biologische koe, bracht TLC op het idee dat te organiseren. Na wat speurwerk kwamen Matthea en haar collega erachter dat het voor boeren lastig was om de huiden van hun koeien terug te krijgen. „Als je een laag aantal huiden terugvraagt bij de slachter, dan kan dat haast niet. Vier of vijf huiden kun je niet laten looien. Als we meer biologische melkveehouders bij elkaar brengen, dan hebben we meer huiden en dan kunnen we dit beter organiseren”, legt Van Staden uit.

 

Zie het gehele artikel in Melkvee.nl en kijk of je mee kunt en wil doen.

Veel belangstelling voor kennisbijeenkomst Kruidenrijk grasland

Op dinsdagavond 2 juli organiseerde de Natuur en milieufederatie Zuid-Holland samen met De Groene Motor een kennisbijeenkomst rond het thema ‘Kruidenrijk grasland’. Het was een geanimeerde avond. Zo’n 25 boeren, vrijwilligers en terreinbeheerders wisselden ervaringen uit rond het belang van kruidenrijk grasland voor weidevogels.


De bijeenkomst vond plaats in de Hooiberg van biologisch melkveehouder Freek van Leeuwen in Zoeterwoude en werd begeleid door Theo Vogelzang. De avond ging van start met een inleiding door Jan de Wit van het Louis Bolk Instituut. Hij ging in op de vraag wat kruidenrijk gras voor weidevogels betekent en hoe je er als boer voor zorgt dat er op het juiste moment in het seizoen een aantrekkelijke biotoop voor de weidevogels staat. En wel zo, dat het tegelijk ook een goede opbrengst aan gras oplevert.

Jan benadrukte dat kruidenrijk grasland goed is voor insecten en dus voor weidevogels, want insecten zijn het hoofdvoedsel voor de kuikens. Wel is het zo dat, als het gras hoger is er ook meer insecten zijn, maar als het gras weer te hoog is, is dat niet goed voor de kuikens.

Voor de gezondheid van het vee is kruidenrijk gras wel goed en dat is weer gunstig voor de boer. Als het aandeel kruiden ten opzichte van het aandeel grassoorten toeneemt, daalt wel de opbrengst in veevoer. Het is dus zoeken naar een goede balans.


Maatwerk

Uit de discussie en praktijkervaringen van aanwezigen, bleek dat de realisatie en het beheer van kruidenrijk grasland maatwerk is. Kruidenrijk grasland in de goede vorm heb je niet zomaar. Voor de weidevogels gaat het er ook om welke structuur het oplevert, vooral op het moment dat de pullen rondlopen.


Voor wat betreft productiegraslanden is veel winst te halen door het bijmengen van kruiden bij het zaaien van deze percelen, met name indien het op grote schaal wordt toegepast. Dit is niet alleen goed voor de weidevogels, maar ook voor biodiversiteit in het algemeen.

Omvormen van productiegraslanden naar duurzaam kruidenrijk grasland, vraagt maatwerk en geduld. Verschraling staat daarbij centraal. Dat is sterk afhankelijk van de uitgangssituatie van de bodem. Bemestingsgraad, zuurgraad en grondsoort spelen een grote rol in de duur van verschraling. Op zand gaat het relatief snel, op klei duurt het al langer, maar op veen is het een kwestie van vele jaren. Belangrijk is dat er in het ANLB een goed ontwikkelingspakket voor kruidenrijk grasland komt, waarmee boeren daadwerkelijk aan de realisatie van kruidenrijk grasland kunnen gaan werken. Daar wordt nu ook over gesproken.

 
Recept

Uit de discussie bleek duidelijk dat een uniform recept voor goed kruidenrijk grasland niet beschikbaar is. Kruidenrijk grasland is een belangrijke schakel in een weidevogelrijk leefgebied. Het staat echter niet op zich. Uiteindelijk gaat het ook om een goed mozaïek van percelen. Een mozaïek waarin de voor dat moment noodzakelijke levensbehoeften voor de aanwezige weidevogelsoorten dicht bij elkaar te vinden zijn. Dat vraagt om een goede gebiedskennis en om het volgen van de vogels, het gewas en het weersverloop van het seizoen. Kennisdeling tussen alle betrokken partijen is daarbij essentieel. Deze avond liet zien hoe inspirerend dat is!

 

 

WeideWinst-website biedt melkveehouder praktische tips

Hoe zorg je met weinig moeite en kosten voor meer biodiversiteit op je bedrijf?

Op de nieuwe website www.weidewinst.nl staan handige én praktische maatregelen voor melkveehouders. Denk aan meer en vroeger beweiden, afwisseling in de maaipercelen (kleinere aaneengesloten blokken) en/of een aangepaste bemesting. Eenvoudige maatregelen waarmee je met weinig moeite en kosten meer biodiversiteit realiseert. Bovendien bieden deze maatregelen ook nog voordelen voor je bedrijf. Dubbele winst dus, vandaar de naam WeideWinst.

WeideWinst is een gezamenlijk initiatief van Louis Bolk Instituut, PPP-Agro Advies, Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) en Van Hall Larenstein. Zij zetten zich in voor meer biodiversiteit en het behoud van weidevogels in de provincie Zuid-Holland. Daarvoor brengen zij kennis, ervaring, praktijkonderzoek en wetenschappelijk onderzoek in. Die inbreng wordt vertaald naar praktische tips en maatregelen waarmee melkveehouders concreet aan de slag kunnen op hun bedrijf. Goede samenwerking met de boeren is daarbij een belangrijke voorwaarde. Daarom gebeurt onderzoek bij boeren op het land en zijn zij betrokken bij het uitdenken en -testen van maatregelen.

Deze website is een van de activiteiten van 'Winst en Weidevogels', een project gefinancierd door de provincie Zuid-Holland.

Themabijeenkomst Kruidenrijk Grasland

Sinds een paar maanden is onze website online. Hiermee maakt NMZH zich sterk voor natuurinclusieve landbouw. Op de site staan de verhalen van enthousiaste boeren, relevante rapporten en artikelen en een forum. In de komende maanden organiseren we ook diverse themabijeenkomsten op basis van kennisvragen uit het veld.

De eerste bijeenkomst die NMZH samen met De Groene Motor organiseert op het bedrijf van Freek van Leeuwen is op 2 juli. Het thema van deze bijeenkomst is

Kruidenrijk Grasland

Datum: 2 juli 2019
Tijd: inloop vanaf 19.30, start 20.00, einde 22.00 uur
Locatie: Biologische Kaasboerderij de Vierhuizen
Geerweg 5
2381 LT Zoeterwoude

Na een welkomstwoord van gespreksleider Theo Vogelzang, zal Jan de Wit van het Louis Bolk Instituut een inleiding over Kruidenrijk Grasland geven. Daarna is er ruimte voor het stellen van vragen, het delen van praktijkervaringen en discussie.

je bent van harte welkom! Aanmelden kan via f.norbruis@milieufederatie.nl

bijeenkomst Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Op 22 mei jl. (de dag van de Biodiversiteit) was er de bijeenkomst Deltaplan Biodiversiteitsherstel: Next Steps, Een inspirerende bijeenkomst die de partijen achter het Deltaplan Biodiversiteit een stukje dichter bij het gezamenlijk doel heeft gebracht: samen biodiversiteitsverlies ombuigen naar biodiversiteitsherstel. Wil je de PowerPoints van de bijeenkomst (nogmaals) lezen? De presentaties zijn te downloaden via de website Samen voor Biodiversiteit.

Financieringsbehoefte Natuurinclusieve Landbouw

Het kabinet streeft sinds 2017 naar een natuurinclusieve landbouw in Nederland. Maar hoe staat het er nu voor? En wat zijn de kansen en belemmeringen voor boeren om over te stappen op natuurinclusieve landbouw? Om een beeld te schetsen van de huidige stand van zaken, heeft het PBL een enquête gehouden onder melkveehouders, akkerbouwers en agrariërs met een gemengd bedrijf. 

Beeld krijgen van kansen en belemmeringen
Het belangrijkste doel van de studie ‘Financieringsbehoefte Natuurinclusieve Landbouw’ is om een beeld te krijgen van de kansen en belemmeringen die melkveehouders, akkerbouwers en/of agrariërs met een gemengd bedrijf zien voor bloeiende akkerranden, aanpassing mestgebruik, geïntegreerde gewasbescherming of andere maatregelen op het gebied van natuurinclusieve landbouw op hun bedrijf.

De focus ligt hierbij op het in kaart brengen van de mate waarin boeren in natuurinclusieve landbouw geïnvesteerd hebben, en de factoren die verklaren waarom sommige boeren wel in natuurinclusieve landbouw investeren en andere niet. De financieringsbehoefte heeft hierbij onze speciale interesse.

Bron: https://www.pbl.nl/publicaties/financieringsbehoefte-natuurinclusieve-landbouw

Rapport: https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2019-financieringsbehoefte-inclusieve-landbouw-3070.pdf

 

Functiewijziging geeft kickstart voor natuurinclusief bedrijf

In de Pilot Natuurboerderij Hoeve Stein is een gangbare melkveehouderij met 85 koeien en 40 hectare grond omgevormd tot een biologische natuurboerderij met 140 koeien en 200 hectare natuurgrond. Het project kon tot stand komen door intensieve samenwerking tussen onder meer maatschap De Goeij, Provincie Zuid-Holland, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk, Staatsbosbeheer, Watersnip Advies en PPP Agro-Advies. Er werd een bedrijfsplan gemaakt plus een plan voor inrichting en beheer van de natuur. Door de invulling van de provinciale plannen met een natuurboerderij met melkvee zijn de natuurdoelen verschoven van natte natuur naar weidevogelgrasland met bloemrijke slootkanten. De boer en Staatsbosbeheer experimenteerden met inrichting en beheer van geterrasseerde (verlaagde) slootkanten. Hier zijn er uiteindelijk heel wat van aangelegd met een breedte van twee tot vijf meter.

 

Bron: WUR / Nature Today
Bekijk het artikel op Nature Today
Lees het rapport van de WUR

 

Patrijs behoeden voor uitsterven in de Bollenstreek

De patrijs was tot de jaren zeventig van de vorige eeuw alom aanwezig in Zuid-Holland, maar is nu op veel plekken verdwenen. Ook in de Bollenstreek gaat deze akkervogel in aantal achteruit. De Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging (ANLV) Geestgrond wil hier samen met agrariërs verandering in brengen, met maatregelen voor meer voedsel en beschutting.

Begin 2018 ging het project Patrijs van start. ANLV Geestgrond deed een nulmeting van de patrijzenstand in de Bollenstreek, in samenwerking met Sovon Vogelonderzoek. Er blijkt nog één levensvatbare populatie van circa dertig broedparen voor te komen. Het doel is om deze populatie in de komende jaren te vergroten van dertig naar vijftig paren. De provincie Zuid-Holland subsidieert het project; de patrijs is een van de veertig icoonsoorten in Zuid-Holland waarvoor de provincie beschermingsmaatregelen stimuleert.

Bron: NatureToday

Lees het hele artikel

Zuid-Holland pampert de grutto en zet de boeren aan het werk

Iedere provincie broedt op plannen om de boerenlandvogel te vertroetelen, want ­iedereen ziet dat het fout gaat. Zuid-Holland is een van de weinige provincies die er ook serieus geld in steken, zegt natuur-ambtenaar Erik Buijserd in Trouw waarbij ook Natuurlijkboeren boerderij De Drie Wedden aan het woord komt.

Zuid-Holland wil weer meer grutto’s in het weiland. Als het met deze weidevogel beter gaat, zo is de gedachte, dan zal het ook wel goedkomen met teruglopende soorten als tureluur, kievit en veldleeuwerik.

Bron: Trouw verdieping Joop Bouma 1 mei 2019

Biodiversiteitsmonitor voor de akkerbouw

Eind vorig jaar werd het Deltaplan Biodiversiteitsherstel gepresenteerd. Een initiatief van organisaties die pleiten voor biodiversiteitsherstel en daar ook concrete acties bij hebben aangeven. Een van die acties is om voor de akkerbouw een biodiversiteitsmonitor te ontwikkelen.

Doel van de biodiversiteitsmonitor is het integraal sturen van de bedrijfsvoering door het versterken van de functionele agrobiodiversiteit en daarmee ook de basis te vormen voor landbouw die meer in evenwicht is met haar omgeving. De brochure Naar een natuurinclusieve akkerbouw die het Louis Bolk Instituut ontwikkelde in opdracht van WNF en de Provincie Groningen geeft een eerste aanzet hoe meten en waarderen met een Biodiversiteitsmonitor, de biodiversiteit in de akkerbouw kan versterken.

Vanuit het conceptueel kader voor biodiversiteit, eerder ontwikkeld door het LBI samen met Friesland Campina, WNF en de Rabobank, wordt een overzicht gegeven van mogelijke Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’S) voor de akkerbouw die resultaten meetbaar maken. Ook vormen ze de basis voor het waarderen en belonen van biodiversiteitsmaatregelen in de akkerbouw. Er dient echter nog veel te gebeuren voordat een operationele  Biodiversiteitsmonitor akkerbouw bestaat op basis waarvan waardering en financiële méérwaarde voor de akkerbouw vrijgemaakt kan worden. Hiervoor geeft de brochure een routekaart om versterking van de biodiversiteit in beweging te krijgen.

Bron: Louis Bolk Instituut

Deze koe moet de landbouw in zompig veengebied redden.

Door de lage waterstand laten veenweidegebieden veel CO2 los, zakt de grond weg en verdwijnt de weidevogel. Een hogere waterstand biedt uitkomst, maar niet voor de boer die natte poten bij de koe wil voorkomen. Het robuuste Blaarkop-koeienras moet in een zompiger Groene Hart uitkomst bieden.

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/deze-koe-moet-de-landbouw-in-zompig-veengebied-redden-nadeel-ze-is-stronteigenwijs~b71505fb/

Jan Verduin (rechtsvoor) en twee collega’s hebben met veel moeite een Blaarkop uit de stal gekregen op de proefboerderij in Zegveld. Beeld Marcel van den Bergh

 

Zuid-Holland biedt boerenlandvogels de ruimte

De provincie Zuid-Holland gaat samen met agrariërs, natuurorganisaties en vrijwilligers zorgen voor extra leefruimte voor akker- en weidevogels zoals de grutto en de kievit. De laatste jaren daalden de aantallen weide- en akkervogels in heel Nederland sterk. Doel is om deze trend te keren. Hoe de partijen dit gaan doen staat in het Zuid-Hollandse Actieplan Boerenlandvogels 2019-2027.

Gedeputeerde Han Weber: “Ondanks inspanningen van velen gaat het al jaren niet goed met typisch Hollandse vogels zoals de grutto, de scholekster, en de patrijs. Daarom moeten we nog meer investeren om het tij te keren. Want als het niet goed gaat met deze dieren, zegt dat iets over de staat van ons landschap – ons natuurlijk kapitaal. Daarom hebben we nu het Actieplan Boerenlandvogels opgesteld, en steken we samen de handen uit de mouwen voor onze boerenlandvogels.”

 
Ook de NMZH is blij met het actieplan voor de Boerenlandvogels 2019-2027. Directeur Alex Ouwehand: “Een gerichte en meerjarige aanpak die gezamenlijk met alle betrokken partijen en de vele vrijwilligers wordt uitgevoerd is nodig om de weidevogels en akkervogels te behouden voor Zuid-Holland. De afgelopen jaren is het aantal boerenlandvogels gedecimeerd, met onze gezamenlijke inzet gaan we deze ontwikkeling keren en de juiste omstandigheden in Zuid-Holland creëren voor vitale populaties om uiteindelijk weer meer boerenlandvogels welkom te heten in Zuid-Holland.”

Concrete maatregelen
Het Actieplan Boerenlandvogels is opgesteld in samenwerking met BoerenNatuur Zuid-Holland, de collectieven voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, natuurbeheerders, vrijwilligers, Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland  en het Zuid-Hollandse kennisteam.
Er staan concrete maatregelen in om akker- en weidevogels (samen ook wel ‘boerenlandvogels’ genoemd) meer ruimte te bieden:

  • Aanleg van drassige plekken in graslanden op boerenland. In Zuid-Holland zijn inmiddels meer dan 100 ‘plasdras’-gebiedjes aangelegd en er komen er nog net zoveel bij. Daarnaast creëert de provincie in een aantal polders ook op eigen graslanden plasdras-gebieden.
  • Extra ruimte voor het verbeteren van de kwaliteit van de weide- en akkervogelgebieden. Op boerenland onder andere door aanleg van percelen met kruidenrijker grasland en beperking van de mestgift; in reservaten vooral door het verhogen van het waterpeil;
  • Inrichten van kerngebieden voor weidevogels op grond van de provincie; zoals in de Zuidpolder van Delfgauw, in samenwerking met gemeenten en Staatsbosbeheer;
    In drie regio’s onderzoek naar mogelijkheden om het aantal insecten, het bodemleven en de oppervlakte aan kruidenrijk grasland te verhogen;
  • Extra cursussen voor vrijwillige weidevogelbeschermers


Zorg van ons allemaal
Het aantal weide- en akkervogels is de afgelopen decennia sterk afgenomen: tussen 1990 en 2014 is het aantal grutto’s in ons land met 58% afgenomen. Het aantal scholeksters is in dezelfde periode met 68% gedaald. De achteruitgang van deze karakteristieke soorten is niet alleen slecht nieuws op zichzelf, maar laat ons ook zien dat het niet goed gaat met onze leefomgeving. Weidevogels hebben bloem- en kruidenrijke graslanden nodig en de patrijs juist variatie in het landschap. Dat zorgt voor voldoende voedsel in de vorm van insecten, wormen en zaden, en voor schuilmogelijkheden tegen roofdieren. Als aan een of meer van die voorwaarden niet voldaan is, kunnen op termijn ook voor de mens belangrijke functies als bestuiving van gewassen, natuurlijke plaagbestrijding en wateropslag in het gedrang komen. Kortom de teruggang van de natuur van het boerenland is een zorg van ons allemaal.

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Zuid-Holland investeert in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Meer waterrijke en diverse natuur om ons heen draagt bij aan onze gezondheid, verhoogt de biodiversiteit en zorgt ervoor dat we tegen een klimaatstootje kunnen. Daarom werkt de provincie samen met inwoners, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan een Zuid-Holland met ruimte voor natuur en mens. Het Actieplan Boerenlandvogels is te vinden op de website van de provincie Zuid-Holland

Kruidenrijk grasland wint terrein

Weilanden worden steeds bonter en bestaan niet meer alleen uit standaardgrassoorten. Steeds vaker zaaien veehouders naast grassen klavers en kruiden in. Diversiteit in grasland levert diverse voordelen op, maar kent ook uitdagingen voor agrarische ondernemers.

De vraag naar divers, kruidenrijk grasland neemt toe, maar er is ook nog veel onduidelijk, stelt Pim Clotscher, adviseur bij Zaadhandel Neutkens in Vessem. Want voldoen de huidige analysetechnieken nog wel bij een divers mengsel? En hoe kunnen kruiden gerichter worden ingezet voor diergezondheid?

'Er moet nog veel onderzoek worden gedaan. Nu kijken we nog vooral naar de standvastigheid van de mengsels, maar we weten nog te weinig van de werking van de kruiden. En het is lastig om de medische kennis die er is, weer om te zetten in specifieke mengsels.'

Meer informatie over de voor en nadelen van kruidenrijk grasland

Bron Nieuwe Oogst

'Tour du Boer: veldwerk' maakt veel duidelijk

Het project 'Tour du Boer: veldwerk' was een unieke samenwerking tussen Agaath Timmerman van het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt (GrAJK) en Jasper Tiemens, projectleider natuur en landbouw van Natuur en Milieufederatie Groningen (NMG).

Met een bouwkeet trokken zij door Groningen met eenzelfde weekprogramma in vijf verschillende regio's. Alle programmaonderdelen hadden een eigen doelgroep.
Wat vooral duidelijk werd, is dat er behoefte is aan duidelijkheid.

Tiemens: 'Wat is de definitie van natuurinclusieve landbouw en biodiversiteit, wat wordt het beleid en wie neemt de regie? Boeren, maar ook andere organisaties, hebben een punt op de horizon nodig waar ze naartoe kunnen werken. Er is behoefte aan een duidelijke toekomstvisie. Want veel initiatieven die worden opgezet, hebben pas op langere termijn effect.'

Timmerman: 'De wil is er wel bij de boeren, maar het moet wel realistisch zijn. En de negatieve publiciteit over de agrarische sector van de afgelopen tijd heeft het enthousiasme zeker niet aangewakkerd. Natuurinclusieve landbouw komt soms te veel over als weer iets wat wordt opgelegd. Het moet van binnenuit komen en boeren kunnen het niet alleen.'

Bron: Nieuwe Oogst
meer informatie Tour du Boer

Duurzame landbouw. Lex Bohlmeijer in gesprek met Annette Harberink

Annette Harberink (Hilversum, 1979) komt niet uit een boerenfamilie, maar toen ze zeventien was wist ze al dat haar toekomst op het weiland lag. Haar droom was de wereld verbeteren – met zelfgekweekte groentes en zónder dieren. Sinds vijf jaar heeft ze de Keizersrande, een eigen boerderij aan de oever van de IJssel. Er lopen 65 melkkoeien rond.

Kringlooplandbouw, CO₂-neutraal. En wat je levert behandel je als iets waardevols. Dat is haar missie, en haar boodschap aan de Nederlandse landbouw.

 

Bron: De correspondent.nl

Beluister de podcast

Mengteelt en strokenteelt draagt bij aan biodiversiteit

Wageningen University & Research start een nieuw onderzoeksproject om te zien in welke mate verschillende typen mengteelt en strokenteelt kunnen bijdragen aan een toename van biodiversiteit. De snelle afname van de biodiversiteit staat hoog op de publieke agenda: het bodemleven verschraalt, er zijn minder weide- en akkervogels en insecten dreigen helemaal te verdwijnen. De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan de visie van het Ministerie van LNV over circulaire en natuurinclusieve landbouw.

Bron: WUR

Lees alles over dit onderzoek

Vogelakkers het effect op de biodiversiteit en de landbouwkundige inpasbaarheid

Tussen 2015 en 2018 vond onderzoek plaats naar het effect op biodiversiteit en de landbouwkundige inpasbaarheid van meerjarige vogelakkers in 3 gebieden. Het Kenniscentrum Akkervogels van de werkgroep Grauwe Kiekendief en het Louis Bolk Instituut voerden het onderzoek uit. De projectleiding lag bij Vogelbescherming. De opdrachtgever was het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Om een goed beeld te krijgen van de effecten van vogelakkers op ecologie en akkerbouw zijn er in drie verschillende gebieden, metingen gedaan: op jonge zeeklei in Flevoland, op weideveengrond in Groningen en op zandgrond op Texel. Er is gekeken naar een groot scala aan ecologische variabelen, van bodemchemie, bodemleven, vegetatie en insecten, tot vogels aan toe. Ook is de landbouwkundige inpasbaarheid en zijn de financiële kosten en baten voor de landbouwer in beeld gebracht.

Een vogelakker is een volveldse natuurmaatregel die een meerjarig productiegewas (luzerne) combineert met een kruidenrijke vegetatie die gericht is op verbetering van de ecologische kwaliteit. Volgens de onderzoekers zijn er nog veel verbeteringen in het concept mogelijk. De resultaten zijn verwerkt in het document Vogelakkers: het effect op de biodiversiteit en de landbouwkundige inpasbaarheid

Natuurinclusieve landbouw onderdeel Groen Onderwijs

Natuurinclusief denken en handelen - waarbij de natuur zo goed mogelijk benut wordt in en rondom het boerenbedrijf – wordt als vast onderdeel opgenomen in het lesprogramma van groene opleidingen.
Vanaf komend jaar werken docenten en onderzoekers van vmbo, mbo, hbo en wo in een Landelijke Onderwijscirkel Natuurinclusieve Landbouw samen aan kennisontwikkeling, docentscholing en onderwijsontwikkeling op het gebied van natuurinclusieve landbouw. Ook komt er meer focus op samenwerking tussen onderwijsinstellingen en demo-leerbedrijven in verschillende regio’s.
bron: Rijksoverheid

persbericht

Doe mee met de omslag naar kringlooplandbouw

Minister Schouten opent digitaal loket 'Doe mee met de omslag naar kringlooplandbouw'
Boeren, tuinders, vissers, andere ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen hun initiatieven voor kringlooplandbouw melden bij het digitaal loket 'Doe mee met de omslag naar kringlooplandbouw'. Daarnaast is een ‘Denk-mee-groep’ van agrariërs gevormd over wat nodig is om de visie te realiseren en hoe dit aangepakt kan worden. Dit schrijft minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een brief aan de Tweede Kamer.
Bron: Rijksoverheid
Persbericht

Buijtenland van Rhoon presenteert jaarplan 2019

De gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon heeft een jaarplan voor 2019 opgesteld.

In dit eerste jaarplan geeft de coöperatie een inschatting van de onderdelen van het streefbeeld die in het komende jaar kunnen worden uitgevoerd.
De leden doen dat zo veel mogelijk zelf in opdracht van de coöperatie. Het jaarplan is ook gebruikt om het benodigd budget bij de provincie Zuid-Holland aan te kunnen vragen.

Zo gaat de coöperatie in 2019 aan de slag met het aanleggen en onderhouden van natuurlijke akkerranden. Bij de realisatie van de Rhoonse stort wordt komend jaar een weidevogelgrasland van 6 hectare aangelegd samen met het grootste deel van de geplande plasdrassloten en sloten met flauwe oevers in de Zegenpolder.

Komend jaar wordt er in het gebied 3,5 hectare als kruidenrijk grasland ingericht. Er zal 12,5 hectare aan weilanden verschraald worden. Verder komt er nog een vogelakker van 4,8 hectare in de Molenpolder en zal er in totaal 83 hectare grond beschikbaar komen voor verpachting voor natuurvriendelijke akkerbouw. Om alle plannen te kunnen realiseren, schakelt de coöperatie in 2019 externe expertise in.

Het volledige jaarplan 2019 is te vinden op de website van de gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon.

bron: Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon, 08/01/19

Copyright © NMZH